Verwerking in kinderboeken

In hun jeugd maken kinderen vaak gebeurtenissen mee die hen kunnen raken. Hiermee omgaan kan soms moeilijk zijn. Het is dan belangrijk dat kinderen leren goed om te gaan met die gebeurtenissen en hun eigen gevoelens daarbij. Dat noemen we verwerking, of ook wel coping. Er zijn veel verwerkingsstrategieën en sommige werken beter dan andere. Het is voorstelbaar dat het minder goed werkt om een probleem te negeren en ervoor te vluchten, dan om het op te lossen. Echter, zo simpel ligt het niet altijd. Wanneer een kind geconfronteerd wordt met het overlijden van een familielid, is dat niet een probleem dat zo maar “opgelost” kan worden. Dit zal logisch in de oren klinken, maar toch hebben veel kinderen en ook volwassenen nog steeds de neiging om mal-adaptieve (niet-goedwerkende) strategieën te kiezen om gebeurtenissen te verwerken. Dit kan langdurige negatieve effecten met zich meebrengen, die misschien wel voorkomen hadden kunnen worden door een meer adaptieve verwerkingsstrategie. Wellicht kunnen kinderboeken een manier bieden om kinderen aan te leren hoe ze het beste kunnen omgaan met heftige levensgebeurtenissen.

Wat wel werkt en wat niet werkt

Verwerkingsstrategieën worden ook wel coping mechanismen genoemd en worden in de wetenschappelijke literatuur vaak in drie categorieën onderverdeeld: 1) probleemgericht verwerken, wat inhoudt dat een probleem actief wordt geconfronteerd om de situatie te veranderen, 2) emotiegericht verwerken, wat inhoudt dat de emoties worden gecontroleerd en 3) sociale steun zoeken, zoals om hulp vragen bij bijvoorbeeld ouders of vrienden (Eschenbeck & Kohlman, 2007). Sommige strategieën werken beter dan andere strategieën. Wanneer een strategie goed werkt, noemt men het een adaptieve verwerkingsstrategie. Wanneer een strategie niet goed werkt, noemt men dat een mal-adaptieve verwerkingsstrategie.

 

Adaptieve emotiegerichte verwerkingsstrategieën kunnen inhouden dat er wordt geprobeerd om de eigen gedachten over een situatie te herformuleren: van “mijn ouders gaan scheiden omdat ik een lastig kind ben” naar “mijn ouders gaan scheiden, maar dat heeft niets met mij te maken”. Een andere manier kan zijn om te schrijven over de situatie of proberen de situatie beter te begrijpen, wat bijvoorbeeld goed kan werken wanneer een kind rouw ervaart. Adaptieve probleemgerichte verwerkingsstrategieën kunnen inhouden dat het probleem direct wordt aangepakt, door bijvoorbeeld een pester aan te spreken op zijn/haar gedrag en zo het pestgedrag te veranderen. Een adaptieve manier van sociale steun zoeken kan zijn door bij vrienden, familie, of een leerkracht om advies te vragen, geruststelling te zoeken of steun te vragen bij specifieke probleem- of emotiegerichte verwerking.

 

Nu lijkt het alsof sommige strategieën altijd adaptief zijn en sommige altijd mal-adaptief, maar het belangrijkste aspect is of de strategie goed aansluit bij de situatie. Een verwerkingsstrategie kan pas adaptief zijn wanneer het past bij de specifieke probleem. Vaak wordt nog aangenomen dat emotiegericht verwerken minder effectief is dan de andere twee categorieën, maar dit is dus afhankelijk van de aard van het probleem. Het is belangrijk dat een kind een strategie aanneemt die past bij bijvoorbeeld de veranderlijkheid van het probleem. Als het probleem zelf veranderd kan worden, is probleemgericht verwerken een adaptieve keuze. Als het probleem onveranderlijk is, is het een adaptieve keuze om de eigen emotionele reactie op het probleem aan te pakken.

Kinderboeken voor de verwerking 

Er is redelijk veel onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van kinderboeken op de verwerking van verschillende stressvolle situaties bij kinderen.

 

Omgaan met pesten

Een eerste situatie is pesten. Zo vond Freeman (2014) dat onder kinderen in de leeftijd 4 tot 6 het begrip van pesten en adaptieve strategieën om daarmee om te gaan verbeterde na het lezen van boeken waarin het onderwerp pesten werd behandeld. Voordat zij deze boeken hadden gelezen, gaven ze aan dat ze pesters zouden slaan of bijten, terwijl ze erna aangaven dat ze een volwassene om hulp zouden vragen, vriendelijk te doen tegen de pester of dat ze weg zouden lopen. Een studie naar kinderboeken over pesten wees uit dat in 68% van de geanalyseerde boeken een prosociale reactie werd aangemoedigd (Flanagan et al., 2013), wat eerder al is uitgewezen als een effectieve verwerkingsstrategie (Roecker Phelps, 2001). In 53% van de boeken werd het zoeken van advies gedemonstreerd, maar in slechts 1% werd dit ook aangemoedigd. Echter, in 25% van de boeken werden mal-adaptieve verwerkingsstrategieën gedemonstreerd, zoals wraak nemen. Dit laat dus zien dat niet alle boeken die pesten als thema behandelen ook daadwerkelijk een gewenst effect kunnen hebben op de kinderen die het lezen.

Rouwverwerking

Een tweede situatie is rouw, het verlies van een dierbare. Omgaan met rouw gaat samen met een aantal “taken”: onderkennen dat dood een realiteit is, onder ondersteuning de pijn van het verlies erkennen, perspectief aanpassen, herinneringen opbouwen, zichzelf definiëren in afwezigheid van de overledene, begrip krijgen van het verlies en de dood en het opbouwen en versterken van nieuwe langetermijnrelaties (Heath et al., 2008). Kinderboeken die een kind kunnen helpen met het verwerken van zo’n verlies dienen de volgende richtlijnen te volgen: 1) De taal, inhoud en het plot moeten afgesteld zijn op wat het kind kan begrijpen. 2) Het verhaal moet passen in de religieuze en culturele achtergrond van de familie. 3) Individuele eigenschappen van het kind moeten in acht genomen worden. 4) Het begrip ‘dood’ wordt duidelijk en logisch uitgelegd, in consistente en accurate termen. 5) Het boek hoeft niet te gaan over de dood van een mens. 6) Het boek laat emotionele aspecten zien, met realistische emoties zoals verdriet, boosheid, ontkenning, schuld en verwarring. 7) Het verhaal eindigt op een manier die hoop en steun geeft voor de toekomst. Een ander artikel waarin bibliotherapie bij rouwende kinderen wordt aangeraden geeft vergelijkbare aanbevelingen (Berns, 2004). Meer specifiek wordt hier benoemd dat eufemismen over de dood dienen te worden vermeden. Boeken moeten de woorden “dood” of “rouw” niet ontwijken of denigreren met termen zoals “heengaan” of “erover heen komen”. Een ander aspect dat vermeden dient te worden is het verwarren van de dood met slaap, voor kinderen is dit al een verwarrende distinctie dus het kan weinig goeds doen om dit aan te wakkeren. Boeken over rouw dienen dus te passen binnen zowel de culturele achtergrond als individuele karakteristieken van het kind en laten op een realistische manier zien wat de dood betekent en dat het heel normaal is om allerlei heftige gevoelens te hebben.

Echtscheiding

Een derde categorie is echtscheiding van de ouders. Al sinds het begin van de 21e eeuw worden elk jaar meer dan 30.000 kinderen in Nederland betrokken bij ouderlijke scheiding (CBS, 2019). Dit kan een erg stressvolle periode zijn voor kinderen en er wordt veel onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten hiervan. Hierbij is belangrijk te begrijpen dat de echtscheiding op zichzelf niet per se de bepalende factor is, maar het gaat dan om de combinatie van veel verschillende factoren zoals spanningen in het gezin, verhuizing, verminderd contact met één van de ouders en financiële stress. Zoals al benoemd dient een verwerkingsstrategie aan te sluiten bij de situatie, maar aangezien echtscheiding samengaat met een breed scala aan verschillende factoren is het moeilijk om een strategie aan te laten sluiten bij de gehele situatie. Het is dan ook belangrijk dat een kinderboek over echtscheiding een variatie aan verwerkingsmechanismen presenteert en aanmoedigt, om zo veel mogelijk van de risicofactoren te kunnen benaderen. In een review van verschillende boeken voor preadolescenten (11-12 jaar) wordt geconcludeerd dat er veel boeken zijn die goed zijn voor kinderen die in aanraking komen met echtscheiding (McMillen & Pehrsson, 2010). Soms worden wel negatieve stereotypen benoemd, zoals dat de moeder minder adaptief omgaat met haar emoties in reactie op de scheiding. Naast dat dit een negatiever beeld kan geven van de scheiding, kan dit ook een effect hebben op de identificeerbaarheid van het boek. Wanneer een kind dit leest en de eigen situatie heel anders ervaart, kan dit zijn of haar inleving beïnvloeden. Kramer en Smith (1998) beschrijven daarnaast hoe het proces van omgaan met echtscheiding ongeveer twee jaar kan duren en vier fases kent: ontkenning, boosheid, depressie en acceptatie. Het lezen van geschikte boeken kan volgens hen kinderen helpen om deze fases succesvol te doorlopen.

Conclusie

Kinderboeken die een kind helpen bij het aanleren van effectieve verwerkingsstrategieën spelen in op de specifieke situatie waarin ze terecht zijn gekomen. Ze demonstreren een breed scala aan verschillende adaptieve verwerkingsstrategieën en laten zien wat voor positieve effecten deze hebben. Naast deze manier, werkt het lezen zelf over een herkenbare situatie ook als verwerkingsstrategie. Immers, de eerste fase van bibliotherapie, volgens het identificatie-catharsis-inzicht model (McNicol, 2018) houdt in dat het kind zich inleeft en zich minder alleen voelt. In periodes waarin een kind dus veel meemaakt waar het mee moet leren omgaan, kan het dus erg goed helpen om een boek te lezen waarin een hoofdpersoon een vergelijkbare situatie meemaakt en hier goed mee omgaat. Op die manier kan het kind dit gedrag imiteren en zo op een positieve manier uit een stressvolle situatie komen.

Bronnen

  • Eschenbeck, H., Kohlman, C., Lohaus, A. (2007). Gender differences in coping strategies in children and adolescents. Journal of individual differences, 28(1), 18-26

  • Freeman, G. G. (2014). The implementation of character education and children’s literature to teach bullying characteristics and prevention strategies to preschool children: An action research project. Early Children Education Journal, 42, pp. 305-316. doi:10.1007/s10643- 013-0614-5

  • Flanagan, K. S., Vanden Hoek, K. K., Shelton, A., Kelly, S. L., Morrison, C. M., Young, A. M. (2013). Coping with bullying: What answers does children’s literature provide? School psychology international, 34(6), 691-706.

  • Roecker Phelps, C. E. (2001). Children’s responses to overt and relational aggression. Journal of Clinical Child Psychology, 30(1), 240–252. doi: 10.1207/S15374424JCCP3002_11

  • Heath, M. A., Leavy, D., Hansen, K., Ryan, K., Lawrence, L., and Sonntag, A. G. (2008). Coping with grief: guidelines and resources for assisting children. Intervention in School and Clinic, 43(5), 259-269 

  • Berns, C. F. (2004). Bibliotherapy: Using books to help bereaved children. Omega, 48(4), pp. 321-336

  • CBS (2019). Echtscheiding; leeftijdsverschil, kinderen, geboorteland, huwelijksduur. https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/60060ned/table?fromstatweb

  • McMillen, P. S., Pehrsson, D. (2010). Contemporary children’s literature recommendations for working with preadolescent children of divorce. Journal of Children’s literature, 36(2), pp. 27-34

  • Kramer, P. A. & Smith, G. G. (1998). Easing the pain of divorce through children’s literature. Early childhood education journal, 26(2), pp. 89-94. doi:1082-3301/98/1200-0089$15.00/0

  • McNicol, S. (2018). Theories of bibliotherapy. In McNicol, S. & Brewster, L. (Eds.), Bibliotherapy (pp. 23-40). Facet. doi: 10.29085/9781783303434.002