Gezonde leefstijl in kinderboeken

In 2018 had meer dan 50% van de Nederlanders en meer dan 12% van de kinderen en jongeren matig of ernstig overwicht, slechts 46,8% van de Nederlanders voldeed aan de beweegrichtlijn (CBS, 2019). Overgewicht gaat samen met een vergrote kans op fysieke problemen zoals hart- en vaatziekten, diabetes type II en astma. Bovendien hebben mensen met overgewicht vaker last van depressie. Een ongezonde leefstijl heeft niet alleen te maken met gezond eten en genoeg bewegen, maar ook met verslavingen zoals roken, drinken en gamen. In 2018 rookte nog meer dan 25% van de Nederlanders en was 9% zwaar alcoholgebruiker. Deze cijfers zijn schrikbarend hoog en suggereren dat er nog veel mensen zijn die ofwel niet weten wat de negatieve gevolgen zijn van een ongezonde leefstijl, ofwel niet weten hoe ze dit kunnen veranderen. Het drastisch veranderen van je leefstijl is ook makkelijker gezegd dan gedaan. Echter, wetenschappelijk onderzoek biedt een handvat om kinderen ervan te overtuigen gezond te willen leven en om hen aan te leren hoe dat dan moet.

Gezondheidspsychologie

In de gezondheidspsychologie staat leefstijl voor de combinatie van gedragingen die risicovol of juist beschermend werken voor de gezondheid. Dit wordt ook wel samengevat in de term bravo: Bewegen, Roken, Alcohol- en drugsgebruik, Voedsel en veiligheid en Ontspanning (Knipscheer & Kleber, 2017). Van deze gedragingen worden vooral bewegen en voedsel relevant geacht voor jonge kinderen, maar daarnaast kunnen ook de andere drie gedragingen worden voorkomen door vroeg in te grijpen. Allereerst zal worden besproken wat wordt geacht gezond gedrag te zijn.

Beweging

Normen over wat gezonde beweging is, veranderen regelmatig. Het is dus belangrijk om op de hoogte te blijven van de meest recente normen. Hiernaar kan geïnformeerd worden bij verschillende instanties zoals de Hartstichting, het Voedingscentrum of Gezondheidsnet. De Gezondheidsraad heeft in 2017 de volgende normen voor kinderen tussen de 4 en 18 jaar opgesteld: 1) minstens 1 uur per dag matig tot zwaar intensieve beweging, 2) minstens 2 à 3 keer per week spier- en botversterkende activiteiten en 3) hoe meer je beweegt, hoe beter het is (voedingscentrum, 2019; hartstichting, 2019; gezondheidsnet, 2019). Matig tot zwaar intensieve beweging kan gaan over hardlopen, fietsen, of andere sporten. Spier- en botversterkende activiteiten zijn onder meer krachttrainingen. Er zijn verschillende maatstaven voor wat voor activiteiten onder deze categorieën vallen, die allen terug kunnen worden gevonden websites van het Voedingscentrum of de Hartstichting.

Middelengebruik

Middelengebruik (roken, alcohol- en drugsgebruik) lijkt nog niet heel relevant voor jonge kinderen, maar het is wel verstandig om te voorkomen dat ze ongezond gedrag gaan vertonen door hen vroeg te informeren over de negatieve gevolgen. Studies hebben aangetoond dat de kans op probleemgedrag, betreffende substantiegebruik, kan worden verkleind door vroeg in de kindertijd op te treden tegen risicofactoren (Griffen et al., 2001). Er dient te worden opgetreden tegen de bereikbaarheid van de substanties, sociale druk en de overtuiging dat het sociaal geaccepteerd is.

Voeding

Gezonde voeding is een volgende belangrijke indicator van een gezonde leefstijl. Ook hiervoor gelden verschillende richtlijnen en is het dus belangrijk om op de hoogte te blijven van de meest recente normen. Het Voedingscentrum hanteert hier de Schijf van 5, die aangeeft hoe veel van de verschillende onderdelen gegeten dient te worden. Vooral is het belangrijk dat er meer groente en fruit en minder suiker wordt gegeten. Een goed voorbeeld is dus om kinderen een stuk groente/fruit mee te geven als tussendoortje in plaats van koek of snoep en om ze water te laten drinken in plaats van aangemaakte dranken zoals limonade of vruchtensap.

Kinderboeken voor een gezonde leefstijl

Kinderboeken zouden dus de bovenstaande aanbevelingen moeten demonstreren en aanmoedigen om een positief effect te hebben op de leefstijl van de jonge lezers. Echter, over de effecten van kinderboeken op de leefstijl van kinderen is maar weinig onderzoek gedaan. Een onderzoek naar de effecten van boeken op het BMI van meisjes tussen de 9 en 13 jaar met overgewicht liet significante effecten zien (Bravender et al., 2010). De meisjes die een boek lazen over een meisje met overgewicht die meer zelfvertrouwen en eigen-effectiviteit kreeg en leerde over voeding en bewegen, hadden een significant grotere vermindering van hun BMI dan de meisjes uit de controlegroep.

Nu kan worden beargumenteerd dat de activiteit lezen in zichzelf een slechte invloed kan hebben op de richtlijnen voor beweging. Immers is lezen een sedentaire activiteit: een activiteit die zittend wordt uitgevoerd. Hiervoor geldt, zoals bij zo veel aspecten van tijdsbesteding, dat lezen niet slecht is an sich, maar wel wanneer het te vaak wordt gedaan en ten koste gaat van activiteiten die meer beweging omvatten.

Conclusie

Concluderend kan een boek waarin de hoofdpersoon een positief beeld schetst van een gezonde leefstijl en/of een negatief beeld van een ongezonde leefstijl, een effect hebben op de leefstijl van de lezer. Sterker nog, wanneer een karakter in het boek juist die ontwikkeling doormaakt van een ongezonde naar een gezonde leefstijl, kan dit een kind geïnspireerd raken om dit ook te doen. Hierbij is het vervolgens belangrijk dat het boek een realistisch beeld schetst van de moeite die het kan kosten om je leefstijl te veranderen (Brug, van Assema & Lechner, 2017). Kinderboeken waarin een gedetailleerd beeld wordt geschetst van hoe men gezond kan leven, kunnen een kind leren dat het controle heeft over zijn of haar eigen leven en kunnen manieren bieden om een positieve verandering te maken bij zichzelf of bij een ander.

Bronnen